Made in Downtown LAVertically Integrated Manufacturing
Some of the articles and stories we find most interesting.
      • United States
      • Canada
      • Québec
      • Argentina
      • Australia
      • Belgique
      • Brasil
      • 中国
      • Česká republika
      • Deutschland
      • France
      • Great Britain
      • Ireland
      • Israel
      • Italia
      • 日本国
      • 한국
      • México
      • Nederland
      • Österreich
      • Schweiz
      • Sverige
    • Events
    • Awards & Honors


Babyzacht eigenbelang
De snelgroeiende keten American Apparel, nu ook in Nederland, profileert zich als nieuwe industriële revolutie. 'We gaan de grenzen verleggen!'
De Volkskrant
Helene Schilders
February 18, 2006

"Wat kan mij het schelen dat je 83 bent. Al was je 93! Ik wil je in dienst nemen!" Dov Charney zit aan de telefoon, draaiend op zijn stoel, maaiend met zijn armen. Zoveel energie dat hij lijkt te zullen exploderen. "we gaan de grenzen verleggen! It's fucking crazy, man!

Het tempo waarin kleding keten American Apparel uitbreidt is inderdaag krankzinnig. Het groothandelsbedrijf, dat Charney en zijn zakenpartner negen jaar geleden oprichtten, opende sinds eind 2003 honderd eigen winkels. Vorig jaar liep de omzet op tot 250 miljoen dollar. Dit jaar komen er minstens vijftig winkels bij. De zaak in Amsterdam is net geopend.

In het roze pakhuis in downtown Los Angeles klinkt het geratel van honderden naaimachines, Latijns-Amerikaanse immigranten, volgens het bedrijf allen legaal, met stofkapjes over hun neus stikken razendsnel kledingstukken in elkaar. De uurbedragen op de krijtborden verklaren hun enthousiasme: 8 dollar tot -afhankelijk van het de productie- gemiddeld 12,50. Hoogst uitzonderlijk in een industrie waarin naaisters het minimumloon van vijf tot zeven dollar per uur verdienen, maar zelfs dat meestal niet krijgen. Tweederde van de naaiateliers in textielstad LA houdt zich volgens overheidsonderzoek niet aan de loonwet.

Terwijl sweatshops vaak smerige plekken zijn waar pauses nauwelijks bestaan, melden grote posters in American Apparels kantine dat het personeel recht heeft op Engelse les, goedkope gezondheidszorg en een sporadische massage.

Niet dat oprichter Dov Charne (37) de wereld wil verbeteren. 'Ik deelde een keer twintigjes uit toen ik snel meer T-shirts nodig had, en merkte dat mijn personeel harder werkt als ik meer betaal", grijnst de in Toronto geboren ondernemer.

Niettemin maakte Charney, die zichzelf 'een joodse ritselaar' noemt, handig gebruik van het label sweatshopfree. In een periode waarin Amerikaanse studenten te hoop liepen tegen de exploitatie in naaiateliers, vestigde hij snel een naam in de scherp concurrerende textielmarkt. Hippe, politiek bewuste jongeren kopen, voor dezelfde prijs als bij de concurrent, massaal Charney's babyzachte, fel gekleurde T-shirts zonder logo. 'Dat komt in de eerste plaats door het product", meent Charney. 'Je moet een beroep doen op het eigenbelang van mensen, niet op hun genade."

Het bewijs ligt volgens hem om de hoek: het sweatshop vrije SweatX, dat falliet ging, hoewel het werd gefinancierd met miljoenen van ijs-gigant Ben & Jerry's. Charney kan zijn personeel fatsoenlijk betalen omdat hij een 'verticaal integratie' -model hanteert: het hele productieproces, afgezien van het weven van de stof, wordt in dit roze gebouw uitgevoerd. Zelfs na aftrek van de hoge arbeidskosten is het bedrijf per kledingstuk 30 tot 50 dollarcent goedkoper uit dan wanneer het werk zou zijn uitbesteed zegt American Apparels vice-president Marty Bailey. 'Outsourcing kent veel verborgen kosten' legt hij uit: kwaliteitsproblemen, steekpenningen en vertraagde leveringen.

Charnery gaat er prat op dat hij tegen de outsourcing-golf in gaat. 'American Apparel is an Industrial Revolution', liet hij in kolossale letters op het pand schilderen. De industrie kan zijn voorbeeld echter niet navolgen, menen deskundigen. 'De grote merken moeten elke tien weken een nieuwe kledinglijn uitbrengen en kunnen niet de kosten drukken door steeds hetzelfde product te maken zoals American Apparel', zegt Ilse Metchek, directeur van de California Fashion Association.

Hoogleraar Richard Appelbaum, die het boek Behind the Label schreef, verwacht dat ook American Apparel 'binnen vijf jaar de productie naar China verhuist'. Sinds de ge´ndustrialiseerde landen vorig jaar het quotumsysteem afschaften dat bepaalde hoeveel textiel zij mochten importeren, verplaatsen de VS en Europa hun fabrieken, evenals hun ontwerp-afdelingen, massaal naar China. Binnen tien jaar zal daar de helft van alle kleding ter wereld worden gemaakt, berekende Appelbaum voor de VN.

Charney is van plan fabrieken te openen in China en Mexico, maar hij wil het Amerikaanse loon betalen en de kleding in het land zelf verkopen. Charney, die met zijn hyperstrakke pantalon en lange bakkerbaarden oogt als een disco-fossiel, ziet zijn bedrijf als onderdeel van een internationale beweging van jonge stadsbewoners, die jaren-zeventigidealen combineren met moderne zakelijkheid. In die visie passen geen landsgrenzen ('Je moet overal kunnen reizen en werken') of 'oude instituten' als vakbonden. Pogingen van UNITE, de vakvereniging van textielarbeiders, om Charney's coupeuses te organiseren liepen volgens de bond stuk op intimidatie door het bedrijf. Charney zegt dat zijn personeel geen interesse heeft.

'Ik geloof in een waarachtiger links, niet in het politiek-correcte links van de babyboomers. Noblesse oblige! Ze begrijpen niet dat de armen geen lid van een co÷peratief willen zijn, maar geld willen en een sexy leven.'

Mensen worden gedreven door hun libido, meent Charney, die het bewijs van zijn stelling is. Zo verscheen hij naakt in een advertentie in het Nederlandse homoblad Butt. Ook de advertenties in de VS zijn controversieel: zweterige kiekjes van schaars geklede meisjes - soms alleen van hun kruis.

'We zijn zo gewend aan een sanitaire versie van seks', zegt Alex Spunt die de campagnes ontwerpt. 'Onze foto's zijn intiemer, daar worden mensen ongemakkelijk van. Het is het verschil tussen iets wat je wel en niet kunt ruiken.' Op termijn wil Charney zijn filosofie verspreiden via zijn eigen media. Maar de ondernemer zou zelf weleens het grootste onstakel voor de groei van zijn bedrijf kunnen zijn. Vorig jaar stapten drie ex-werknemers naar de rechter omdat Charney een 'onverdraaglijke', 'intimiderende' seksuele sfeer zou creëren.

Ze schetsen een bizar beeld: Charney zou bijna naakt rondlopen, een vibrator hebben weggegeven en vrouwen 'sletten' en 'hoeren' noemen. Twee zaken zijn geschikt. De zaak van Mary Nelson, die door Charney zou zijn gevraagd met hem te masturberen, moet nog voorkomen.

Charney ontkent de aantijgingen. Maar het feit dat hij acht keer masturbeerde voor een journaliste van het Amerikaanse blad Jane, met haar toestemming, geeft echter aan dat de ondernemer er extreem losse seksuele normen op nahoudt.

American Apparel lijdt daar niet onder, zegt hij in zijn kantoor, waar voortdurend mooie meiden op de deur kloppen. 'Ik richtt me op mensen die intelligent zijn wat betreft hun seksualiteit.' Amerika is 'heel streng' aan het worden, stel Charney vast. 'Maar het recht op leven, vrijheid en het najagen van geluk geef ik voor niemand op.'

Read the English version here